Zoeken
  • CRR

Hester | missie 67 - Athene | blog

Bij aankomst in Athene werd ik gelijk aan het werk gezet. Mijn eerste logistieke ritje was gemaakt gelijk vanaf het vliegveld. Bedden moesten worden opgehaald. Mijn eigen bed. Deze heb ik nog in elkaar gezet voordat ik lekker kon gaan slapen na mijn eerste dag vol informatie en indrukken. Want Jacolien kan praten. Ze vertelde hoe CRR andere organisaties ondersteunt door hen te voorzien van voeding en kleding. CRR Athene zet andere organisaties in hun kracht. Daarnaast liet ze het grote warehouse zien waar duizenden dozen gesorteerd en ongesorteerd staan te wachten om overhandigd te worden aan onze medemens die dit hard nodig heeft.


Ondertussen zijn ook de andere vier vrijwilligers aangekomen bij het mooie, ruime huis een half uur buiten het centrum van Athene. Annelies en Helene worden ook gelijk aan het werk gezet door de oude bedden uit elkaar te halen. Ons is gelijk duidelijk: werk genoeg! In het teamhuis ontmoeten we ook Anneleen, de longtermer, een vrolijke, sociale meid die van aanpakken weet. Daarnaast zijn de ervaren vrijwilligers Jan en Gerda twee weken in ons midden.


Iedere dag ziet er verschillend uit. Vaak beginnen we, de vrijwilligers, Anneleen en Jacolien in het warehouse om vanaf daar bestellingen te bezorgen naar onder andere zogeheten free-shops. Hier kunnen (dakloze) vluchtelingen volgens een bepaald systeem gratis kleding halen. Zelf heb ik een middag in een free-shop geholpen. Wat je daar ziet is mensen zoals wij, op zoek naar leuke passende kleding. Daar besefte ik dat ook deze mensen dezelfde waardigheid bezitten als ons. Ook voor hen moet de kleding netjes, schoon en naar smaak zijn. Een nadenkertje voor mij wanneer ik een volgende keer mijn kleding doneer.


Samen met een andere vrijwilliger heb ik ook in een andere free-shop geholpen met het voeding en kleding uitdelen aan mensen. De nood is hoog. Huilende mensen aan het loket, omdat de wanhoop de overhand neemt. Moeders die goed voor hun lieve, kleine kinderen willen zorgen. Zij willen hun dierbare schepseltjes een goede, hoopvolle toekomst geven. Geen moeder droomt er van om 10 luiers per week te moeten ophalen voor haar baby. Week in, week uit. Ik roep iedereen op om voor deze mensen te bidden. Een gebed om een toekomst vol van hoop.


Wanneer er over vluchtelingen wordt gesproken, wordt er vaak gedacht aan vluchtelingenkampen. In onze twee weken is er een distributie van kleding voor een heel kamp georganiseerd. Na lange dagen van kleding sorteren en de juiste aantallen inpakken in het warehouse is het zover. Met onze witte, volgeladen bussen komen we een kamp binnen gereden. Net een dorp , maar dan omheind met prikkeldraad, slechte hygiëne en weinig woonruimte. Door een bewoner van het kamp op Lesbos werd het kampleven spottend genoemd: ‘een hels hotel met min één ster’. Bij het uitladen van de bus komen mannen en kinderen helpen. De kinderen vragen onze namen, klemmen hun handjes om onze benen en sommigen lachen verlegen. Dit alles duidt op de hechtingsproblemen van deze kinderen. Ieder gezicht probeert voorzichtig contact te maken in de hoop dat wij hun leven (tijdelijk) hoopvoller kunnen maken. De eerste dag van distributie verloopt vredig. Mensen gaan met tassenvol kleding naar ‘huis’. De volgende dag verloopt wat chaotischer en ons geduld wordt op de proef gesteld. Er zitten erg kieskeurige mensen tussen. Je kunt zien dat deze mensen gewend zijn te strijden. Deze mensen strijden om er in elke situatie het beste er van te maken. Na een hectische vier uur, wordt er opeens geroepen dat we moeten evacueren. Als makke lammetjes lopen we, soms half rennend achter een man aan die ons langs de plassen door een deurtje in de omheining begeleid. Een moment later staan we met alle vrijwilligers en alle andere organisatie op een pleintje buiten het kamp. We krijgen te horen dat een man na de afwijzing van asiel in zijn boosheid, verdriet en machteloosheid stenen door de ruiten van het kantoor van de kampdirecteur gooit. Een grote onrust in het kamp zorgt ervoor dat het voor ons te gevaarlijk is om weer terug te gaan in het kamp. Begrijpelijk. Tegelijkertijd voelen we mee met de mensen, vooral kinderen die achterblijven in het kamp. Wij als vrijwilligers zijn in een kring gaan staan. Samen hebben we gebeden of God wil zijn met de achtergebleven mensen in het kamp, met de kampdirecteur, maar ook met de man van wie de asielaanvraag is afgewezen. Deze mensen hebben onze gebeden hard nodig. Op zo’n moment voel ik de machteloosheid toenemen en voel ik dat ik niet iedereen zo zou kunnen helpen zo als ik het graag zou willen. Op dat moment is het mooi als we kunnen bidden en de nood kunnen overleveren aan God. De volgende dag was het kamp nog te onrustig om verder te kunnen gaan. In de loop van de weken hoopt de organisatie de distributie af te kunnen maken. Zo zie je maar weer: een grote flexibiliteit is vereist.


Tot slot hebben we een man, Arthur, ontmoet. Deze man nam ons een van de eerste avonden mee naar de straten van Athene om sandwiches uit te delen aan daklozen. In de middag hebben wij brood, broodbeleg en bananen gekocht en klaargemaakt. Arthur kent bijna iedere dakloze. Zelf heeft hij veertig dagen als dakloze geleefd om te voelen hoe het is. Het is mensonterend. Je voelt je een object van de straat. Mensen zien je niet. Het is net alsof je achter een raam naar iedereen kijkt, maar dat de rest tegen een muur kijkt, dus jou niet zien. Daarom is het belangrijk dat wij daklozen in de ogen aankijken bij voorbijgang. Schrijnend zijn de situaties die wij zien. Gezinnetjes die van dekens een soort hutje hebben gemaakt en mijn leeftijdsgenoten die op een bankje slapen. Dat raakt mij. Ik heb het voorrecht dat ik vrijwilligerswerk kan doen. Ik kan doen wat ik wil qua studie, kleding kopen enzovoorts. Ook zien we een vrouw, ergens in de 40. De vrouw ziet er netjes verzorgd uit en heeft haar nagels netjes gelakt en gevijld. Ik dacht dat ze op de bus aan het wachten was. Het blijkt dat ook zij dakloos is. Twee van ons vrijwilligers geven haar wat extra aandacht. Zij zingen een lied met haar. De vrouw barst in tranen uit. Ze kan niet geloven dat er mensen zijn die haar zien. Als je een poosje naar iemand luistert, komt er zoveel onvoorstelbaar leed naar voren. Het voelde als een druppel op de gloeiende plaat om op deze manier nuttig te zijn. Ik heb bewondering voor Arthur die dit wekelijks zo’n drie keer doet.


Naast dat Arthur de daklozen wekelijks opzoekt, heeft hij ook een boerderij gekocht. De boerderij knapt hij op en laat daar uiteindelijk dakloze vluchtelingen wonen. Zijn doel is om deze mensen een vak te leren en hen te laten mengen in de samenleving. Wij als vrijwilligers zijn ook een dag op de boerderij geweest. Wij hebben het vak olijven plukken geleerd. Met de Griekse efficiëntie (in Nederland ook wel inefficiënt genoemd) hebben we drie olijvenbomen ontdaan van olijven. Arthur maakt van deze olijven olijvenolie en verkoopt dit, zodat zijn boerderij een succes kan worden en daklozen een permanent goed uitzicht voor de toekomst kan bieden. Ik vind het geweldig dat er mensen als Arthur bestaan. Datzelfde geld ook voor de mensen die de freeshops runnen. Fijn dat er zoveel mensen zijn die zoveel voor hun medemensen overhebben dat zij alleen maar dienen willen in dit leven. En er zijn er alleen maar meer nodig!

























261 weergaven