Zoeken
  • CRR

Blog vanaf Lesbos | ''Mijn beker vloeit over''

Door vrijwilliger Sanne Wisse - 3 maanden actief geweest in het vluchtelingenkamp op Lesbos. Haar ''afscheidsblog''.


Mijn beker vloeit over

Kan er teveel liefde op één plek zijn, op één moment, in één hart? Teveel geluk en blijdschap? Als met vleugels loop ik vandaag door het kamp. Ik kan wel huppelen. Mijn beker vloeit over. Over van dankbaarheid en vreugde. Vanwege het voorrecht dat ik heb, om al deze ontzettend mooie mensen te ontmoeten, de kinderen die ik bij hun naam kan aanspreken. De gastvrijheid, de vriendelijkheid…

Wat een enorm privilege om hier 3 maanden lief te hebben, liefde te ontvangen en rijk te worden.


Het is vrijdag, mijn laatste dag in het kamp.


In de klas heb ik al afscheid genomen van de kinderen. Twee dagen eerder zwaaide ik de studenten uit en kwam Pezman nog even teruglopen. Niemand keek, dus drukte hij snel iets in mijn handen. Een armbandje. Er stond op: I <3 Koos Konijn. Fantastisch. Het vliegt, om mijn arm, weer mee terug naar Nederland.


Maysam is een kleine kerel met wie ‘k elke dag hetzelfde grapje maak. Ik zeg: ‘Koja budi?’ (Waar was je?) en hij geeft antwoord met: ‘Toilet budam.’ (Ik was naar de WC).Hij beseft dat ik wegga en zegt weinig. Ik geef ‘m nog een knuffel en hij rent de tent uit. Ik start de volgende klas. Maar daar is hij weer. Bij de open flap van de tent. Hij wenkt naar me: ‘You come.’ Ik loop naar de ingang. Hij duwt een gehaakte etui in m’n handen met potloden en rent snel weg.


De les is klaar. Nog een laatste keer zeggen we gedag. En de stoere kerels -die op papier 10 jaar zijn, maar in het echt eigenlijk al 14 - blijven wat hangen. Ze duwen elkaar naar voren. Ik zeg: ‘Kom maar hoor,’ en ik spreid mijn armen wijd open. En ze vertrekken niet voordat ze allemaal een knuffel hebben gekregen.


Rokaia -het slimme Arabische meisje dat ook Farsi kan verstaan - komt nog even langs en zegt: ‘Close your eyes,’ en dan drukt ze me haar knuffelpaard in mijn handen.


En dan moeten we ook gedag zeggen als team. Ons fantastische Activity Team. Waarvan iedere vrijwilliger wenst er deel van uit te maken. Iemand zegt: ‘Het mooie bij jullie is dat de resident volunteers en de andere vrijwilligers echt één team zijn. Jullie delen alles.’ En een ander: ‘We zien altijd zoveel vreugde, blijdschap en plezier bij jullie.’ En de shiftleader zegt: ‘Als iemand een moeilijke dag heeft gehad, adviseer ik hem altijd om een dagje met het Activity Team mee te doen.’


Eerst zwaaien we Masoume uit. Ze heeft haar felbegeerde ticket voor Duitsland gekregen en vertrekt vanmiddag. We eten samen pizza, lachen, huilen, omhelzen elkaar en ruimen voor de laatste keer samen de tent op. Zahra zegt: ‘Ik ben nu 27 en ik heb voor het eerst dit gedaan.’ Ze overhandigt ons een gehaakt tasje voor onze telefoon. Nazanin en Soraya hebben een briljante tekening gemaakt waarop alle leden van het team te herkennen zijn. Omid, onze kunstenaar, heeft 2 prachtige schilderijen die hij ons overhandigt. En hij zegt: ‘You are bad. You come and you go.’ Ik zie de pijn in zijn ogen. Hij is hier alleen. Gister is de familie vertrokken, bij wie hij elke dag ging lunchen. En Nazanin zegt: ‘I had so many difficult things, but this is a very hard one.’ Soraya kan helemaal niet meer spreken en huilt alleen zachtjes.


En nu is het dus vrijdag. Ik wil nog langs bij de kinderen die niet in de klas zijn gekomen. Het was regenachtig donderdag, dus ik moet nog best wat tenten langs. Onderweg kom ‘k Mahdie tegen. Ze schuift me snel een armbandje om mijn arm. Ik begrijp dat Ali Rezai net is verhuisd. Dus ik vind uit waar hij nu woont en ga er heen. Zelf is hij buiten aan het spelen. Maar ik drink thee met zijn moeder, met de naam Gol (Bloem), en buurvrouw Sherien (Zoet). Sherien zegt dat ze vergeten is hoe een gewoon huis eruit ziet, omdat ze hier al zo lang zit. En Gol bedankt me nog 3 keer dat ik ben langs gekomen. Ik roep bij tent 656 naar Yeganeh, overhandig haar een paar sokken en in haar beste Engels zegt ze: ‘I hope to see you again.’ Mahsa, met haar zijden sjaaltje, zit buiten de afwas te doen. Ik moedig haar aan om ook bij de nieuwe teacher naar school te komen, want ze zegt dat ze niet meer zal gaan omdat ze zich dan niet op haar gemak zal voelen. Shekufa klampt zich aan me vast en zegt: ‘Ik zal je vliegticket verscheuren, dan kun je niet gaan.’ Bij de kleine Nazanin doe ik ook even een bakje thee. Hun tent lijkt wel een speelzaal voor kinderen. Wat een liefde. Haar moeder blijft maar zeggen hoe blij ze is dat ik ben gekomen. De kleine Ali danst intussen op de Afghaanse muziek die door de speaker klinkt.


Ik maak nog snel een selfie met twee Pakistaanse mannen, die ik altijd en overal tegenkom en met wie ik altijd vreselijk moet lachen. Ik hoor ineens: ‘Salam eshgham, chetori? (Hallo liefste, hoe gaat het?) en zie de jongen lopen wiens moeder vroeg om met hem te trouwen. Er is weer een concert op de berg, dus met Nazanin en Soraya ren (lees: huppel) ik er nog snel even heen. Onderweg kom ik Lin, Anwar en hun vriendinnetje tegen. Ik voel me net de koningin, als ze mij hun prachtige zelfgemaakte bloemenkransen omhangen.


We maken de laatste foto’s bij infopoint met onze geliefde teamgenoten. Farid (17 jaar) is er ook, de jongen die altijd bij infopoint rondhangt. Hij roept altijd: ‘Mamani’ naar me, en wil dus nog even met zijn moeder op de foto. Hij kwam deze week nog trots bij de schooltent vertellen dat hij zijn paspoort had gekregen. We zeggen ook hem gedag.


En Nazanins liefdesverhaal gaat door. Ze ziet hem staan, trekt de stoute schoenen aan en praat met Reza. ‘Ik ben dat meisje van die brief.’ En haar vriendin Soraya, maakt van een afstand een foto van die twee.


We vegen voor de laatste keer onze namen van het bord, stappen op onze mountainbikes en rijden richting de poort. Ik hoor een kind huilen, heel hard. Hij probeert overeind te komen in een put. Er zit een man naast hem. Hij doet niks. Een andere man komt aangerend. Het kind heeft een gat in zijn broek. Ik ga langzamer rijden. De man draait zich om. Hij heeft stof op zijn rug. Is hij ook gevallen? Wat gebeurt hier? Een politieauto komt aanrijden. Ze remmen hard en stappen uit. De man valt om. Is onstabiel. Het kind krijst nog steeds. De politie jaagt de mensen weg. Ik fiets weg. Mijn hart huilt.

Ik wilde positief eindigen. Maar mijn gedachten draaien op volle toeren. Hoe kunnen wij, in onze mooie huizen, met koelkasten vol eten, warme kachels en vredige achtertuinen, deze mensen nog langer in dit kamp laten zitten? Waarom maken we hun trauma dagelijks groter door hen hier te laten stikken? Welk recht hebben wij?


146 keer bekeken