Nieuwe blog missie 16 online!

Lesbos, 12-09-2019

Het was vandaag onze derde dag op Moria, hoewel het aanvoelde alsof we er al weken zaten. Je maakt zoveel mee op een dag, dat Nederland inmiddels als heel lang geleden voelt. Hieronder een verslag van hoe een paar uur Moria eruit kan zien..

Vandaag zat ik samen met m’n zus Eveline op housing. We kwamen net terug van een korte lunchpauze, toen we opdracht kregen een Syrische familie te housen. Het betrof een gezin van tien personen; een man van 26 met twee kinderen uit een eerder huwelijk, een vrouw van 25 met drie kinderen en nog een tweede vrouw van 41 met ook twee kinderen. We namen de papieren mee, pakten een tent uit de shed en gingen op zoek naar de betreffende familie. Dat gaat normaliter ongeveer als volgt: rondom ons info point is het een verzameling van new arrivals, die zitten te wachten om een plekje te krijgen. We doen dan een erbarmelijke poging om te schier onuitspreekbare Arabische of Afghaanse namen uit te spreken en hopen dat iemand zich daarin herkent of dat er iemand is die de naam herkent en ons naar de juiste familie brengt. In dit geval gebeurde geen van beide, dus moesten we verderop gaan zoeken. Uiteindelijk vonden we een van de vrouwen helemaal bij de ingang van het kamp op een paar kleden, met zeven kleine hummeltjes om haar heen waarvan de oudste maximaal vijf jaar oud was. Haar man bleek dus in het ziekenhuis te zijn bij zijn tweede vrouw die aan het bevallen was. De vrouw sprak geen woord Engels, dus we moesten haar eerst zien uitgelegd te krijgen dat we een tent voor haar gezin hadden en dat ze haar spullen moest pakken en dat ze met ons mee moest gaan. Gelukkig waren er een paar familielieden in de buurt die een beetje Engels verstonden, en onze boodschap vertaalden. Twee van hen zouden ons helpen de spullen daarboven te brengen en een derde zou passen op het gedeelte van de bagage dat we nog niet mee konden krijgen. En daar ga je dan, bepakt en bezakt de heuvel weer op richting de Olive Grove, ofwel de jungle. Dat is het gedeelte buiten het eigenlijke kamp Moria, in de olijfboomgaarden waar het nu helemaal volgebouwd is met tenten omdat het kamp vol zit. Maar inmiddels zit Moria zo vol, dat ook in de gebieden in de jungle waar we mogen bouwen bijna geen plekje meer te vinden is. Voor me zag ik Eveline lopen met de Syrische vrouw, allebei met een kind inde ene arm en een iets groter kind aan de andere. Naast mij de man en jongen die ons hielpen sjouwen. Tot zover ging het goed. Maar toen we eenmaal in zone 8 aankwamen, begonnen de problemen. De eerste plek die we vonden was gelijk een probleem, omdat dat een gebedsplek bleek te zijn. Dus zochten we toch maar even iets verder. De volgende plek die we vonden, vonden ze ook niet goed omdat het veel te ongelijk was en er een modderstroompje doorheen liep. Even wilden we toch doorzetten, maar ze bleven maar zeuren: “my friend, my friend! No! No! To dirty!” Inmiddels had een van de Syriërs die met ons mee liepen ontdekt dat buiten zone 8 plek genoeg was en nam hij iedereen mee op sleeptouw daarheen. Moesten we hem weer aan het verstand zien te brengen dat we daar niet mogen bouwen en dat politie daar regelmatig controleert en dat ze dan problemen zouden krijgen. Inmiddels begonnen we dat gesjouw in de brandende zon ook aardig zat te worden. Uiteindelijk had Eveline terwijl ik met de Syriërs bezig was nog een andere plek gevonden tussen twee grote tenten in. Dus namen we de Syriërs onder veel protest weer op sleeptouw naar deze plek en begonnen we de tent op te zetten, ondanks hun bezwaren. Maar toen begonnen de problemen pas echt. De ruimte tussen de grote tenten was blijkbaar ook een looproute, maar nu er een grote tent tussen gezet werd was er nog maar een centimeter of veertig over. Dus stonden er binnen no time zo’n vijftien Afghanen om ons heen te schreeuwen. “My friend, my friend! Can’t build there!” Maar we werden het zat en gingen gewoon door met het opzetten van de tent. Maar toen begon de Syriër te vertellen dat ze hier echt niet in zouden gaan. En inmiddels kwamen erachter, dat de belangrijkste reden was, dat ze eigenlijk bang waren voor de Afghanen en dat ze bang waren dat die de familie weg zouden jagen. Ondertussen bleven de Afghanen maar blèren. Op zo’n moment is het zo moeilijk om je rust te bewaren en je irritaties en bijna gevoel van hulpeloosheid niet te laten merken. Sta je daar met een steen die haringen in keiharde grond te meppen… om je heen een hulpeloos Syrisch gezin met zoveel kleine kinderen, een verzameling joelende Afghanen, een paar bange Syriërs, het zweet loopt over je rug, sla je een haring krom, bij de volgende keer sla je op je duim, buitentent waait weg door een windvlaag.. Ik keek m’n zus aan die zich ongeveer in dezelfde gemoedstoestand bevond en we dachten allebei: wat doen we hier…zoek het dan toch lekker uit allemaal! Maar ja, we wisten allebei dat weglopen natuurlijk geen oplossing was. Dus toch maar weer met de Afghanen in discussie. Tent weg? Absoluut niet, op deze plek komt een tent. Syriërs tussen de Afghanen? Sorry vriend, tot nu toe konden we jullie redelijk gescheiden houden, maar er zijn nu zoveel Syriërs bijgekomen dat er nog veel meer in de jungle gehuisvest zullen worden. No good? Weten we, maar kunnen we niet veranderen. The path! Too narrow! Half blinde vrouw in tent hiernaast! ’s Nachts naar toilet! Gaat struikelen! Hmmm… Met die blinde vrouw zal het wel meevallen, maar hier hebben ze wel een punt. Even nadenken. Achter onze nieuwe tent was een soort afrastering, zelfgemaakt door een Afghaan om een stukje prive voor z’n tent te hebben. Oke vriend, sorry, maar we gaan er een meter vanaf halen. Wat? Een meter? No, no! Oke, dan een halve meter is ook genoeg. Dus verplaatsten we de afrastering inclusief onze tent een halve meter naar achteren. Hierdoor werd de doorgang een heel stukje breder en tot onze grote opluchting kalmeerden de Afghanen toen. Alleen nog even een keer de heuvel op en af om de rest van de bagage op te halen. En wat er gebeurde toen we weer boven kwamen, maakte alles weer goed. De Syrische vrouw had iets verderop een ander Syrisch gezin gevonden, waarmee ze samen voor de tent van dat andere gezin zat te eten. Voor we het wisten kregen we allebei een wrap in onze handen geduwd: here, food! Ondanks dat onze klus al veel te lang had geduurd, bleven we toch maar even zitten. De kinderen hadden de grootste schik, omdat wij de wrap oprolden als een pannekoek, wat natuurlijk helemaal niet de bedoeling was. Maar ja, wisten wij veel 😊 Daarna stonden ze gelijk klaar met water en zeep, zodat we onze handen konden wassen. Na nog een groot aantal dankbetuigingen en glimlachen (ook van onze kant uiteraard) konden we ze uiteindelijk toch tevreden achterlaten. Op naar de volgende klus!

ANBI

Stichting Christian Refugeerelief heeft de ANBI-status toegewezen gekregen.