Zoeken
  • CRR

Eline blogt | ‘Zomaar’ een dag in het kamp

‘Eline, Eline, hoe gaat het?’ Mijn vijftienjarige Afghaanse vriendin Omolbanien komt op me af gerend. Die Nederlandse zin heb ik haar geleerd, en ze is er trots op. Zij leert me dan weer veel Afghaanse woorden. Ik vertel haar dat ik momenteel druk bezig ben, maar dat ik aan het eind van de middag even langskom.


Vandaag is het mijn taak om een familie naar een tent te verhuizen. In deze tent woont al een familie, en er moet dus ruimte worden gemaakt voor het nieuwe gezin. ‘Salaam, EuroRelief!’ Er klinkt wat gestommel en een slaperig hoofd komt om de hoek. In mijn beste Farsi, Engels én met behulp van google-translate probeer ik voorzichtig uit te leggen dat de tent gedeeld moet gaan worden. Het is geen leuk nieuws, en ik zie dat het gezin teleurgesteld is. Maar de vader herpakt zich snel, en zegt: ‘No problem my friend’. Ik besef dat deze mensen zoveel moeten slikken, en vaak doen ze het zonder mokken. Het is namelijk niet niks als er ineens nog een familie in je tent komt wonen, met alleen in het midden een dun laken. Ik vertel dat het me spijt en dat ik het zo graag anders had willen zien. En toch blijven ze beleefd, reageren ze gelaten en verwerken het nieuws.


Ik ga nog even langs bij Reza. Hij is 13 en spreekt vloeiend Engels. Hij vertelt me dat hij zichzelf alles heeft aangeleerd via internet. ‘Nu geef ik mijn leeftijdsgenoten Engelse les in mijn eigen schooltje’. Ik zeg dat ik trots op hem ben en verbaas me steeds meer over deze getalenteerde mensen. Ik merk dat mensen zich zó graag nuttig willen maken…


Zoals beloofd ga ik na mijn shift langs bij de tent van Omolbanien. Inmiddels kennen haar ouders me ook, want ik doe er vaak een theetje. Momenteel liggen haar ouders te slapen in de tent. Ze legt uit dat dit komt doordat de Ramadan net is begonnen. Ze pakt thee en chocola voor mij. Zelf eet en drinkt ze niets, dat doet ze pas weer na 20:00. Omdat haar familie ligt te slapen, hebben we een google-translate-gesprek achter in de tent. Ik vraag haar hoe lang ze hier al is. Dat blijkt anderhalf jaar te zijn. Ineens begint ze te vertellen over de reden van vluchten en de reis naar dit kamp. ‘Mijn ouders wilde vluchten voor mijn broertje en mij. Wij konden niet studeren, en ze willen het beste voor ons. Mijn moeder is ziek, daarom was de reis extra zwaar. We kwamen uiteindelijk aan in Turkije, daar werd ik van de rest van het gezin gescheiden. Ik heb daar 9 dagen alleen in de gevangenis gezeten, ik was toen 14 jaar. Nog nooit ben ik zó bang geweest.’ Ik denk aan mijn eigen broertje van 14 jaar. Je zou maar op zo’n jonge leeftijd alleen in de gevangenis zitten, gescheiden van je familie, en zonder te weten hoelang het gaat duren… Omolbanien gaat verder: ‘Toen ik uit de gevangenis was, gingen we de oversteek wagen. We betaalden de smokkelaar veel geld, in de hoop dat we niet werden ontdekt. 3 uur zaten we op een opblaasboot. Het was een spannende overtocht, en we vonden het erg eng. En nu zitten we 1,5 jaar hier. Ik ben dankbaar dat jij vaak langskomt, ik kijk er elke dag naar uit.’


Inmiddels moet ik écht weg, en bedank mijn vriendin voor haar openheid. Het gebeurt niet vaak dat mensen vertellen over deze traumatische ervaringen. Ik geef haar een dikke knuffel en groet haar in het Farsi. Terwijl ik naar mijn appartement in Panagiouda fiets, denk ik aan het moment dat ik terug naar Nederland ga. Afscheid nemen van Omolbanien wordt in ieder geval niet makkelijk.


210 keer bekeken